|
|
Sinds de Arnolfinische bruiloft (Londen, National Gallery) heeft de spiegel schilders blijven fascineren en ze gebruikten hem op talloze manieren. Het schilderij van Van Eyck is ongetwijfeld niet het eerste in zijn genre (en in onze huidige context is dat onbelangrijk), maar door zijn opmerkelijke compositie blijft het op dit vlak een referentiepunt. Een ander element dat de westerse kunstgeschiedenis doorkruist is het gordijn, zoals datgene dat Rembrandt in trompe-lil schilderde in een Geboorte van Christus (Kassel, Museum voor Schone Kunsten), waarin hij de toeschouwer fictief uitnodigt om zelf de compositie te ontsluieren. In 1962 combineerde Michelangelo Pistoletto deze twee archetypes in zijn Tenda verde (Koninlijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel), een spiegelschilderij dat de toeschouwer reflecteert, maar hem ook toelaat om zich tegen de blik van het werk te beschermen door zich achter het gordijn dat de helft van het schilderij bedekt te verschuilen. Het zijn deze referenties die worden opgeroepen door het werk van de New-Yorkse Carrie YAMAOKA (usa). Daarin onderzoekt zij de relaties van het spiegel geworden werk met zijn omgeving. Hoewel samengesteld uit op een drager gekleefde mylarvellen, heeft haar werk niets industrieels; de oneffenheden die de glans van het materiaal doorbreken luchtbellen gevangen tussen de harslagen getuigen van het langzame ontstaansproces. Deze schilderijen-objecten in constante wording, nodigen de toeschouwer uit, maar ook de omgeving waarin ze zijn opgesteld, om actief deel te nemen aan de totstandkoming van het werk.
De vervormde reflectie van de realiteit die ze weerkaatsen, roept voor galerist Jérôme JACOBS associaties op met het bovennatuurlijke (een convexe spiegel heet immers ook een toverspiegel), waarvan hij hier aan de hand van het werk van nog andere kunstenaars een subjectieve visie geeft. De beweging in de kinetische kunst van Pol BURY (B) is nauwelijks waarneembaar, zodat er sprake is van een gedilateerde ruimte-tijd, waarin de toeschouwers ondergedompeld wordt. Jeremy BLAKE (USA) is een vertegenwoordiger van een nieuwe generatie die over almaar meer gesofisticeerde technologische middelen beschikt. De projecties van Blake loops van meerdere minuten evoceren een mobiel geworden combinatie van de optical art en de grote composities van kunstenaars als Sam Francis of Kenneth Noland. De kunstenaar vermengt digitale beelden met fotos of filmfragmenten, en creëert hiermee vreemde associaties. In Winchester geeft hij zijn eigen, hallucinante visie op het befaamde huis van Sarah Winchester, weduwe van de befaamde wapenfabrikant: tot aan zijn dood in 1922 bleef zij kamers aan het huis toevoegen (meer dan 160 in totaal), in een poging te ontsnappen aan de slachtoffers van de wapens van haar man die haar obsedeerden
De films van Blake evoceren het werk van VJ, net als de schilderijen van Fiona RAE (GB) samplings zijn van visuele elementen uit de moderne kunstgeschiedenis en de populaire cultuur, Miro to Micky Mouse, Kandinsky to Krazy Kat. Ook Charley CASE (B) behoort tot deze cultuur van het mixen, zoals blijkt uit zijn verbazende website www.sangam.be, een visuele reis die haar neerslag vindt in een reisdagboek bestaande uit schetsen (Ed. Didier Devillez). Voor een van zijn laatste werken heeft de kunstenaar van bovenuit koppels gefilmd die in een grote in de lengte gesneden aardnoot gingen liggen; de twee compartimenten zijn als toevluchtsoorden die vragen om een foetushouding en lijken door een navelstreng met elkaar verbonden. De projectie van deze geïmproviseerde performances op de drager waarin ze plaatsvonden, geeft deze menselijke relaties iets spookachtigs
De kleurenafdrukken van Gaston BERTIN (F), die onbetwistbare verwant zijn met de esthetica van Jeremy BLAKE, verschillen er niettemin van door de meer artisanale en meer materiaal gebonden techniek: Wat ik observeer, teken ik, daarna maak ik collages, het zijn deze collages die ik fotografeer. Dit zijn geen abstracte fotos, het zijn interpretaties. Ik gebruik een traditioneel fotoapparaat, traditionele fototechnieken. Ik maak mijn eigen afdrukken. Op een heel andere manier is het licht het basismateriaal van Martin RICHMAN (GB): voor kleinschalige objecten (zijn bookspaces, lichtende ruimten die de rekken van een bibliotheek ritmeren), of bij spectaculaire publieke interventies (de verlichting van dokken in Londen of een fabriek in Birmingham); zijn uit spiegelglas samengestelde sculpturen versterken het, door het gebruik van het licht op gang gebrachte, dematerialiseringsproces van het object. Barbara KRUGER (USA) gebruikt woorden om beelden die ze uit verschillende media recupereert te lijf te gaan; de blik van de toeschouwer oscilleert tussen de reproductie en de tekst, die een agressieve boodschap verwoordt, vaak een kritiek op de dominerende mannelijke macht of de consumptiemaatschappij. Deze semantische instabiliteit wordt hier versterkt door een visueel effect, de lensvormige boodschappen veranderen in functie van het perspectief: Feel is something you do with your hands aan één kant, Your misery loves company aan de andere. De grote ruggengraat met een glazen schedel van Katharine DOWSON (GB) geeft het geheel een eerder bovennatuurlijke dan macabere toets - maar is dit niet, net als de spiegel, een evocatie van ijdelheid? Vermelden we nog dat de avond van de opening drie extralucide waarzeggers de vragen van de bezoekers zullen beantwoorden en dat ze worden vergezeld door een fee
Pierre-Yves Desaive
|
|